|
Contact:
Telefoon: (0251) 24 48 36
Mobiel: (06) 534 831 62
e-mail: speurneus@hetnet.nl
© copyright:
Speurhonden Instructie School |
Over praktijkspeuren
Praktijkspeuren is in Nederland tegenwoordig een snel groeiende tak van speuren. Het is te beoefenen door jong en oud: praktijkspeuren is niet leeftijdsgebonden voor de baas of de hond. Ik ben er zelfs een voorstander van om met een oude hond actief bezig te zijn, zolang de algehele conditie van de hond dit toelaat. Praktijkspeuren kan u het beste leren in de praktijk, vandaar het woord 'praktijk' speuren, met een ervaren instructeur. Tijdens het praktijkspeuren komen er verschillende termen voorbij, waaraan verschillende mimieken (uitingen van lichaamstaal) van de hond gekoppeld zijn om de baas te laten weten wat er op het spoor te lezen valt. Deze mimieken leert de baas gaandeweg herkennen. Een aantal termen dier bij horen zijn: 'head-snap', 'overloaded', 'backturn', 'turn low', 'turn high' en 'scent pool'. Deze termen heb ik expres in het Engels gelaten omdat ze op deze manier goed klinken. Een uitleg van deze termen is het volgende. Een 'backtrack' is een spoor dat doodloopt en omkeert. Een 'head-snap' is een snelle beweging van de kop van de speurhond in de richting van het spoor. Een 'overloaded' is een volle neus. Een 'backturn' is een achterwaartse draai. Bij een 'turn low' houdt de hond zijn neus laag met een draai. Bij een 'turn high' houdt de hond zijn neus hoog met een draai. Een 'scent pool' is een plek waar geur van de spoorloper zich ophoopt. En zo zijn er nog wel wat termen. Bij praktijkspeuren is het een kwestie van goed de mimieken van de hond leren lezen en daarbij juist te handelen. Probeer de hond te lezen als een goed boek. Kijk naar wat hij aangeeft tijdens het speuren. Leg als geleider de lat niet te hoog, want het is een leerproces. Ikzelf ben al meer dan 30 jaar met honden aan het werk, waarvan dik 25 jaar met speuren, en ik leer bijna elke dag weer nieuwe dingen bij over de speurende hond. En het blijft gigantisch prachtig om de speurende hond te zien werken!
Er wordt mij wel eens gevraagd: 'kan elke hond speuren?' Mijn antwoord daarop is: ja, uitzonderingen daargelaten. Van het fokprogramma van de diensthonden bij de Royal Canadian Mountain Police (RCMP) zijn van de 100 honden 25 honden echt geschikt als speurhond. Volgens een Nederlands boekje uit 1910 over de africhting van honden zijn 2 van de 100 honden echt geschikt als speurhond. Elke hond is in staat zijn neus te gebruiken, maar tot op een bepaalde hoogte. Ik ben zelf best aardig in wiskunde, maar als ik mijn zoon met allerlei formules aan het werk is zie ik dat hij het toch een stuk beter doet. Aanleg, de omgeving en training komen erbij kijken. Een juiste begeleiding is belangrijk, maar niet doorslaggevend, want aanleg voor speuren bij de hond is toch het belangrijkste bij een speurhond.
Momenteel zie ik dat in Nederland links en rechts veel praktijkspeuren wordt gegeven. Geweldig! Ik ben er een voorstander van. Maar let wel op de valkuil: praktijkspeuren kan men leren door praktijk en ervaring met eigen hond(en). Er gaat jaren overheen wil men het één en ander doorkrijgen. Iemand die mij aardig begeleid heeft was Jan Kaldenbach (van de paskamermoord) met speurhond Tim. Het was een geweldige man, hij vroeg altijd: 'wat wil je later worden?' En ik zei dan: 'goed'. Dan zei hij: 'niet de beste?' Nee, weten wanneer goed 'goed' is, is belangrijk, want wijsheid is ook: weten wanneer perfectie niet nodig is. Zo is het ook in de wereld van de hondentraining en vooral bij het speuren. Met name bij het praktijkspeuren: ervaring opbouwen in de praktijk.
|
Eindeloos spoortjes lopen en observeren. Vandaar dat ik in de Verenigde Staten, waar ik in aanraking kwam met de manier van praktijkspeuren van de RCMP, ook een cursus 'observer' heb gevolgd. (Details! Details!) Daar gaat het om bij praktijkspeuren: opletten en zaken aan elkaar koppelen. En dan kijken of er honden zijn die binnen de training hetzelfde doen, hetzelfde werken of hetzelfde systeem hebben. Dingen noteren en uitwerken. Veel mensen zeggen wel eens: 'schrijf een boek!' Ik ben ermee bezig en ik ben aardig een eind op weg. Het concept begint al de vorm te krijgen van een omvangrijk naslagwerk voor de (beginnende) praktijkspeurder. Het boek staat eraan te komen. Speuren kost tijd, veel tijd. Het mag niet gaan vervelen voor de hond, daarom is variatie belangrijk: variatie qua omgeving en ondergrond waar men op speurt. Pas dan is men in staat om een allrounder te krijgen of te trainen. Praktijkgericht werken is belangrijk, net als het aanleren van het juiste. Leer alleen aan wat nodig is en meer niet. Kijk wat de hond aangeeft en anticipeer daarop of niet. Begin met techniekwerk, aangepast aan de hond waarmee u werkt. Bouw dat uit en hou een logboek bij van wat u doet. Gaat het techniekwerk goed, ga dan de praktijk in. Niet te snel! Want fouten worden snel gemaakt, maar kunnen niet altijd hersteld worden bij de hond. Blijf dus kritisch op jezelf. Bouw dan de praktijk uit, afhankelijk van wat de hond aankan (ditzelfde geldt ook bij sportspeuren). Ga niet sneller dan dat de hond aankan en kan leren. Pas op voor demotivatie bij de hond en zorg ervoor dat de hond begrijpt wat u hem wilt aanleren.
Lijnhandeling is erg belangrijk tijdens het praktijkspeuren. Het is een kunst om de juiste lijnlengte te geven aan de hond, wanneer wel en wanneer niet. De speurlijn is een communicatiemiddel tussen hond en baas. Naarmate men meer oefent gaat de communicatie steeds beter worden. Vooral bij het cirkelen met de hond bij bochten of kruisingen is lijnhandeling van groot belang. Evenals de positie van de baas ten opzichte van de hond, en dat is nog belangrijker. Wanneer ga je mee met wat de hond aangeeft en wanneer niet? Het is een proces om de hond te lezen, en dan ook te begrijpen wat u leest. Het word alleen maar spannender. Leg de lat niet te hoog voor uzelf als u met praktijkspeuren bezig bent. Dit laatste merk ik vaak bij beginners. Leren praktijkspeuren is een proces. Het einddoel is belangrijk, maar de weg erheen is nog belangrijker. Wat is het eventuele einddoel? De examens zijn afgeleid van de standaard bij de RCMP en aangepast voor de omstandigheden in Nederland. De examens zijn tot stand gekomen in overleg met gekwalificeerde speurhondeninstructeurs die elk meer dan 25 jaar ervaring hebben met speuren. Een opstapexamen (een testexamen) is een spoor van 1100 meter lang op onverharde ondergrond. Het examen voor Niveau 1 is 2000 meter, ook op onverharde ondergrond. Niveau 2 is een stap moeilijker, weliswaar met een spoor van 1000 meter, maar op een verharde ondergrond. Niveau 3 combineert de ondergronden: het is een spoor van 3000 meter lang op een ondergrond dat zowel verhard als onverhard is. Deze examenniveaus zijn de enige in Nederland die de juiste kwalificatie hebben en die echt voor het praktijkspeuren van toepassing zijn. Ze zijn een uitdaging voor hond en baas, want praktijkspeuren is en blijft teamwork.
Veel speurplezier toegewenst,
Cor Oldenburg |